Inheemse flora

Planten van hier

Voor een duurzame leefomgeving met inheemse flora

Oorspronkelijk inheemse flora

Bomen, struiken en planten van hier

Onder oorspronkelijk inheemse flora rekenen we de soorten bomen, struiken en planten waarvan populaties van nature in een bepaalde geografische regio voorkomen. Tijdens de laatste ijstijd - 116.000 tot 11.500 jaar geleden - heerste er in de lage landen een toendraklimaat. Voor de meeste boom- en struiksoorten was het hier veel te koud. Zij weken uit naar het zuiden, naar de zogenaamde refugia. Toen de temperatuur na de ijstijd terug omhoog klom, migreerden bomen en struiken over een periode van duizenden jaren vanuit de zuidelijke refugia terug naar onze streken. Tijdens dit natuurlijke proces ondergingen ze aanpassingen aan de nieuwe omstandigheden (evolutie = aanpassing aan verandering). Deze aanpassingen zitten opgeslagen in de overerfbare kenmerken: de genen. De ruim 1.500 soorten oorspronkelijk inheemse flora die in Nederland nu van nature voorkomen, hebben zich dan ook kunnen handhaven en verder verspreiden doordat zij zich optimaal aan de hier heersende klimatologische omstandigheden hebben aangepast. De nakomelingen van deze bomen, struiken en planten zijn dus van oorspronkelijk inheemse of autochtone herkomst. Dit zijn de bomen, struiken en planten van hier.

Door de eeuwen heen hebben zich ook velerlei complexe relaties ontwikkeld tussen bomen en struiken van autochtone herkomst met andere organismen van flora en fauna (co-evolutie). Uitheemse soorten - ook wel exoten genoemd - zijn door toedoen van de mens ingevoerd in een gebied waar zij oorspronkelijk niet voorkwamen (in Nederland bijv. Amerikaanse vogelkers en eik). Recent Brits onderzoek (Biological Conservation, volume 233) heeft aangetoond dat de inheemse Zomer- en Wintereik van waarde zijn voor 2300 soorten organismen (insecten, vogels, etc.). Maar liefst 326 soorten zijn volledig afhankelijk van deze eiken (bijvoorbeeld Vliegend hert). Het is dan ook van groot belang de juiste inheemse soorten te gebruiken die van nature in het gebied voorkomen. De beste garantie voor het behoud van de variatie aan micro-organismen, planten en dieren is dan ook het behoud van hun natuurlijke leefomgeving.

Foto Guy Edwardes

De Kerkuil (Tyto alba) is een fascinerende vogel met als specifiek habitat het open cultuurlandschap; kleinschalige gebieden waar kruidenrijke graslanden zijn die worden begrensd door houtwallen, heggen en bosjes. Het voedsel van de bedreigde Kerkuil bestaat voor 98% uit muizen, waarvan de Veldmuis (Microtus arvali) de belangrijkste is. Veldmuizen hebben een voorkeur voor weinig verstoorde bodem, aangezien ze in een zelf gegraven gangenstel leven. De Kerkuil is meestal erg trouw aan een eenmaal gekozen broedplaats en de aanwezigheid van Kerkuilen is vaak een duidelijk signaal van soortenrijkdom, zowel flora als fauna in het gebied.

Wat betreft de oorspronkelijk inheemse flora: in de lage landen zijn ongeveer 100 soorten inheemse bomen en struiken (zonder de vele bramensoorten), waarvan nog enkele autochtone populaties bestaan. Oorspronkelijke, niet door de mens beïnvloede vegetaties met bomen en struiken komen in de lage landen niet meer voor. Ongeveer de helft van de honderd inheemse soorten is tegenwoordig zeldzaam en meer of minder bedreigd in het voortbestaan. Enkele soorten dreigen als autochtone boom of struik uit te sterven.

Voor de autochtone planten – de planten van hier – is de situatie minstens zo ernstig. Van autochtone populaties van de inheemse planten is echter nog maar weinig bekend. Daar wordt intussen aan gewerkt onder de noemer Het Levend Archief. In het volgend hoofdstuk wordt dit beschreven. Wat we wel weten is dat maar liefst 40% van de wilde planten wordt bedreigd (Rode Lijst) en dat diverse inheemse soorten inmiddels zijn uitgestorven in Nederland.

In Nederland worden ongeveer 80% van de inheemse plantensoorten door insecten bestoven, waarvan bijen de belangrijkste groep zijn. De bestuiving van de bloemen van planten is een cruciaal aspect in de voortplanting van inheemse flora en de relatie tussen planten en bijen verdient dan ook bijzondere aandacht. Zonder bijen geen planten, en zonder planten geen bijen. Vooral de bijengemeenschappen in het agrarisch gebied, dat meer dan 60% van het landoppervlak in Nederland beslaat, zijn ten laatste decennia sterk verarmd. Veel van de soorten die voorheen in het agrarisch gebied voorkwamen, zijn tegenwoordig alleen nog in natuurgebieden te vinden of hebben hun toevlucht gezocht in stedelijk gebied. Willen we de Nederlandse wilde bijen daadwerkelijk behouden en hun aantal bevorderen, met name de soorten die het het moeilijkst hebben, dan is het essentieel om oorspronkelijk inheemse planten in te zaaien en oorspronkelijk inheemse bomen en struiken te planten. Een waardevol onderzoek over de waarde van inheemse planten: 'Enhancing gardens as habitats for flower-visiting aerial insects (pollinators): should we plant native or exotic species?' (Journal of applied Ecology, 2015).


Werken aan biologische diversiteit is werken aan een verscheidenheid aan leven op drie biologische niveaus. Naast aandacht voor de soortenrijkdom (aantal soorten dat aanwezig is binnen één gebied) dient er ook specifiek aandacht te zijn voor de diversiteit aan genen binnen een populatie (groep organismen van dezelfde soort in een min of meer afgescheiden gebied) en aandacht voor leefgemeenschappen en ecosystemen, waarin soorten in bepaalde unieke combinaties voorkomen. Immers, soorten staan niet op zichzelf maar leven samen (symbiose).

Inheemse flora - Bomen en struiken van hier - NL Bloeit!

Robert Wolton heeft onderzoek gedaan naar de biodiversiteit in een heggenlandschap (Devon, UK) en beschreven in de publicatie: Life in a hedge (Britisch Wildlife, 2015). De teller (aantal soorten) staat anno 2019 op meer dan 2300. 

Bomen en struiken van hier

 In de afgelopen dertig jaar is een groot deel van Nederland onderzocht op wilde bomen en struiken. Van alle houtige gewassen in Nederland bestaat op dit moment nog slechts 3% tot 5% uit autochtone bomen en struiken. Kijkend naar de soorten blijkt dat ongeveer de helft meer of minder bedreigd is in zijn voortbestaan. Enkele soorten zijn uitgestorven, zoals de Koraalmeidoorn en de Grove den. Andere soorten, als Wigbladige roos, Behaarde struweelroos, Kale struweelroos, Kraagroos, Schijnkoraalmeidoorn en Wilde peer komen nog slechts met enkele exemplaren voor. Wilde appel, Fladderiep, Ruwe iep, Kraakwilg en Zomerlinde zitten in de gevarenzone, met populaties van hooguit een paar honderd exemplaren.

Het veldonderzoek heeft een goed beeld opgeleverd van waar we autochtone bomen en struiken vooral kunnen vinden. Verrassend genoeg blijken ze nog juist het meest voor te komen in de restanten van fraaie, oude cultuurlandschappen. Veldonderzoek vindt nog steeds plaats door het Ecologische Adviesbureau Maes en het Ecologisch Adviesbureau Van Loon.

 

Onderzoek en genenbehoud

Het onderzoek heeft behalve kennis over groeiplaatsen en verspreiding nog meer opgeleverd. Sinds 1993 worden van autochtone bomen en struiken stekken en zaden verzameld, opgekweekt en in de handel gebracht. In toenemende mate kiezen terrein-beherende organisaties voor autochtoon plantgoed. Sinds een aantal jaren wordt jaarlijks van zo’n 70 soorten geoogst.

Het stekken van Wilg, Aalbes en Zwarte populier gebeurt in de wintermaanden. De eerste zaadoogst van het jaar is de iepenoogst in mei. Naarmate het voorjaar en de zomer vorderen, wordt het steeds drukker op de oogstkalender. Het seizoen wordt afgesloten met het plukken van elzenproppen van Zwarte els, eind november.


Klimaatverandering en beplantingskeuzes (klimaatadaptatie)

Dat het klimaat aan het veranderen is valt niet te ontkennen. De wilde, autochtone bomen en struiken hebben 'de intelligentie' om zich aan te passen aan klimatologische veranderingen, met name vanwege de genetische eigenschappen. Bert Maes heeft hierover recent een kort verhaal geschreven in het vakblad Oase: klimaatverandering en beplantingskeuze bomen en struiken (PDF).

 

Boek 'Bomen en struiken van hier'

Voor iedereen die geïnteresseerd is in bomen en struiken en voor wie zelf een bijdrage wil leveren aan beheer en onderhoud van ons landschap is er het  boek 'Bomen en struiken van hier: we verrijken ons langdschap'. Het boek (280 pagina's / € 24,95) bevat veel kleurenfoto's, een index, verklarende woordenlijst en literatuuropgave. Het boek is ook te bestellen via deze website, ook in combinatie met het boek 'Planten van hier'. Bekijk ook de voorbeeldpagina's van het boek 'Bomen en struiken van hier'.

Planten van hier: bronnen van ons bestaan 

De wilde planten zijn een van de belangrijkste bronnen van ons bestaan, maar zeker ook die van bijen, hommels, vlinders, vogels, kleine zoogdieren en vele andere soorten insecten. Toch wordt op dit moment maar liefst 40% van de wilde planten  in Nederland bedreigd (Rode Lijst) en  diverse inheemse soorten zijn inmiddels  uitgestorven in Nederland. Er zijn momenteel een aantal soorten die steeds meer populaties kwijtraken en de resterende populaties worden steeds kleiner. Er zijn enkele projecten die zich inzetten voor het behoud van dergelijke soorten, maar in 2016 kwam Joop Schaminée met het initiatief om dit iets grootschaliger aan te pakken, onder de noemer "Het Levend Archief". Het Levend Archief is een initiatief dat zich focust op het verzamelen, opkweken en opslaan van zaden van inheemse plantensoorten, met als belangrijkste aspect dat het materiaal 'autochtoon' is, of anders gezegd 'van oorspronkelijk inheemse herkomst' is. Het voornaamste doel van dit initiatief is het veilig stellen van inheemse plantensoorten, zodat wanneer bronpopulaties dreigen te verdwijnen, we genetisch identiek zaad kunnen gebruiken om de populaties te redden. Het belang hiervan voor mensen is aanzienlijk! Genetische bronnen zijn namelijk onderdeel van de totale biologische diversiteit. Het gaat om al het materiaal dat erfelijke bouwstenen bevat voor dieren, planten en micro-organismen, met een actuele of potentiële waarde voor de mens. De beste garantie voor het behoud van de variatie aan micro-organismen, planten en dieren is het behoud van hun natuurlijke omgeving. Voor wilde soorten - flora en fauna - gaat het om behoud van ecosystemen en natuurgebieden. We maken op tal van manieren gebruik van genetische bronnen, onder andere in de landbouw en voedselvoorziening, de bosbouw, de visserij, bij de productie van geneesmiddelen en in het milieu- en waterbeheer (bijv. bij de zuivering van afvalwater).

Inheemse flora - Planten van hier - NL Bloeit!
Inheemse flora - Planten van hier - NL Bloeit!
Inheemse flora - Planten van hier - NL Bloeit!

Natuurtalenten gezocht!

Of je het nu hebt over het nut, de waarde, of de functies van natuur, iedereen heeft het talent in zich voor een harmonieuze verbinding met flora en fauna. Kennis en kunde is zeer goed uitwisselbaar en te delen met elkaar en het ontwikkelen, aanleggen en beheren van (nieuwe) kruidenrijke vegetaties kan ook snel leiden tot een grote toename in de hoeveelheid en soortenrijkdom aan planten en bloemen. Hoe meer inheemse bomen, struiken en planten, hoe meer soorten en grotere aantallen.  Bovendien dragen we dankzij het toepassen van oorspronkelijk inheemse flora bij aan het behoud van de zo belangrijke genetische bronnen en variatie daarbinnen.

Bestel de boeken en steun NL Bloeit!

www.plantenvanhier.nl

+

Bomen en struiken van hier: we verrijken ons landschap

De boeken 'Planten van hier' en 'Bomen en struiken van hier' zijn samen te bestellen. Maak € 54,95 (boeken incl. verzendkosten) over op rekening NL93TRIO0338519149 van stichting NL Bloeit! onder vermelding van 'Planten van hier + Bomen en struiken van hier' + adresgegevens in NL (straat / huisnummer. & postcode / plaats).

Na ontvangst van de betaling wordt de bestelling via Post.nl verzonden.


De opbrengst komt ten goede aan de missie van NL Bloeit!